
Ook in 2008 zullen de huizen in Nederland duurder worden. Maar toch kan de bestedingsruimte van huiseigenaren een gevoelige dreun krijgen. Zeker als de beurs blijft kwakkelen.
Wereldwijd koelen huizenmarkten snel af. In de Verenigde Staten daalde de gemiddelde prijs van een huis in 2007 mogelijk met vijf procent.
De meeste Europese landen zagen de huizenprijs nog toenemen. Alleen in Ierland ging de gemiddelde prijs met meer dan 4,5 procent omlaag, zo rekende de Global Property Guide uit.
Dit jaar zullen waarschijnlijk meer Europese landen met een daling van de verkoopprijs van woningen te kampen krijgen. In Spanje is de zeepbel op de huizenmarkt doorgeprikt. De Britse markt is ook in de problemen gekomen. En in Duitsland lag de prijsstijging van woningen in 2007 al dicht bij de nul.
En Nederland? Hier zal de huizenprijs ook dit jaar weer fors stijgen, zo is de verwachting. De Telegraaf polste vorige week makelaars en hypotheekverstrekkers en concludeerde dat het Nederlandse woonhuis in 2008 met 3 procent in prijs zal stijgen. Dat is wel minder dan de 4,3 procent van 2007, maar allerminst een dramatisch val.
Op de Nederlandse huizenmarkt lopen vraag en aanbod dusdanig uit elkaar dat de prijzen eigenlijk niet omlaag kunnen. Door de trage besluitvorming rond nieuwbouwprojecten, de kunstmatige schaarste van bouwgrond, het grote percentage sociale woningbouw, en andere overheidsbemoeienis is de woningmarkt grondig verstoord.
Het Centraal Planbureau concludeerde vorig jaar dat de ontwikkeling van huizenprijzen nauwelijks van invloed te zijn op het aantal woningen dat jaarlijks wordt gebouwd.
Daardoor heeft de Nederlandse woningmarkt anders dan in veel andere Europese landen nauwelijks last van de zogenoemde varkenscyclus. Daarbij lokken hoge prijzen veel nieuwe bouwactiviteiten uit, waardoor op termijn de prijzen weer instorten.
Zo zorgt - ironisch genoeg - de ziekelijke bemoeizucht van de Nederlandse overheid voor een bodem in de huizenmarkt.
Geen bloedbad op de huizenmarkt dus. Maar toch kan de Nederlandse economie flink last krijgen van ontwikkelingen krijgen. Als de prijzen dit jaar echt minder stijgen dan in 2007, is er voor huiseigenaren ook minder overwaarde om te verzilveren.
Dat betekent: minder vraag naar nieuwe dakkapellen, badkamers, buitenjacuzzi’s, serres, keukeninrichtingen en andere woningverbeteringen.
Het effect van deze vraaguitval zal merkbaar zijn in de hele economie. Reken maar mee. De totale waarde van de Nederlandse woningvoorraad bedraagt volgens cijfers van het CBS 1.500 miljard euro. Als de prijzen in 2008 met een procentpunt minder stijgen, ‘kost’ dat de huiseigenaren gezamenlijk 15 miljard euro.
Jaarlijks consumeren huishoudens ongeveer voor ongeveer 250 miljard euro, dus door de lagere prijsstijging kunnen de bestedingen van huishoudens maximaal 6 procent lager uitkomen dan vorig jaar.
Ook als het feitelijke effect op de consumptie lager is - niet alle overwaarde wordt immers in verzilverd - zullen de lagere bestedingen de economische groei afremmen.
Dat heeft Nederland begin deze eeuw al een ervaren. De recessie van 2003 en 2004 was voor een belangrijk deel te wijten aan de afgenomen stijging van de huizenprijzen in die jaren. Zonder dit effect was de dip veel minder diep geweest, berekende economen van De Nederlandsche Bank een paar jaar geleden.
Dezelfde economen toonden overigens ook aan dat de huizenprijs wordt beïnvloed door de ontwikkelingen op de aandelenmarkt. Lage rendementen op de beurs leiden met een vertraging van twee a drie jaar tot stagnatie van de huizenprijzen.
Wie verliest op de beurs is blijkbaar minder bereid veel geld neer te leggen voor een nieuw huis. Tegelijkertijd kunnen huiseigenaren met een beleggingshypotheek tijdens malaise op de beurs in betalingsproblemen komen.
De Nederlandse huizenprijzen mogen in 2008 dan nog aardig stijgen, als de beurs net zo matig blijft presteren als vorig jaar, zou 2009 wel eens veel beroerder kunnen uitpakken.
bron: rtlz.nl
Labels: huizenprijzen, woning duurder